De kerk

Omstreeks 1225 is men begonnen met de bouw van de bakstenen kerk. Baksteen was toen nog een nieuwigheid: de kunst van het bakken van stenen uit klei was herontdekt. Klei werd in de omgeving opgegraven en in veldovens in de buurt van de bouwplaats tot bakstenen gebakken. De kerk was een eenvoudige zaalkerk in de zgn. romano-gotische stijl. De toren stond los van de kerk. Waarschijnlijk had de kerk oorspronkelijk gemetselde zoldergewelven; bij de restauratie van de jaren tachtig zijn de aanzetten daarvan te voorschijn gekomen en nu in het stucwerk aangegeven. Ongeveer een eeuw na de bouw werd de kerk vergroot naar het oosten met een vierde travee: het koor. In de oostgevel treffen we nog steeds een piscina aan, een waterspuwer in Bremer Zandsteen in de vorm van een platte dierenkop.Door de piscina liep het wijwater naar buiten waarmee de priester zijn handen zuiverde : Gods water liep over Gods akker. Vanaf de reformatie is de kerk vele malen ingrijpend veranderd: er kwamen grote spitsboogramen in ter wille van meer licht, de gewelven werden vervangen door een houten zoldering, de zuidelijke zijmuur werd gestut door een zware steunbeer. Ter wille van de plaatsing van een nieuw groot orgel werd een houten tongewelf aangebracht en werd ook het kerkdak verhoogd. De losstaande toren werd met een smal travee met de kerk verbonden. In de ontstane ruimte boven werd de windvoorzienig van het orgel geplaatst.

Het onderste gedeelte van de toren is in dezelfde tijd gebouwd als de kerk en stond daar los van. In 1639 is de toren verhoogd( een brede witte lijst geeft de grens aan) en is het nieuwe bovendeel versierd met natuurstenen maaswerk in de bovenste galmgaten. Een in onze streken zeldzame ui-vormige bekroning bepaalt het torensilhouet al van verre. In die ui, siepel op zijn Gronings, kunnen 15 personen plaats vinden. De grote klok in de toren van 1597 en de kleinere uit 1888 werden door de Duise bezetter in 1943 geroofd. De kleinere verdween in de Hamburgse smeltovens, maar de grote werd gered en maakte in 1945 een triomfantelijke rentree in het dorp. De klok wordt nog steeds handmatig geluid. Een klimmende leeuw siert als windwijzer de spits

Klik op een foto voor het exterieur

Het interieur is zonder meer rijk en fraai te noemen en vele elementen stammen uit de 17e eeuw: een hooggeplaatste Herenbank, de grote avondsmaaltafel met bijbehorende banken, de eenvoudig versierde kerkenraadsbanken en de zeer fraaie preekstoel. Verder vallen op het in een barokke stijl uitgevoerde koorhek, de twee gebrandschilderde ramen met de 16 kwartieren van het echtpaar Feyo Sickinge en Thecla Elisabeth van Berum. Van deze laatste is ook de grafzerk in het koor. Aan de westmuur is het orgel opgesteld, met een fraai en rijk versierde orgelkas.

Klik op een foto voor het interieur